Deze website gebruikt alleen noodzakelijke cookies. Deze functionele en technische cookies zorgen ervoor dat de website werkt en veilig kan worden gebruikt.

bos logo website

 

 soc m FBSoc m LinkedInn


 


Bril gewenning -voor ouders, verzorgers of begeleiders-



Onder brilgewenning verstaan we het geleidelijk gaan dragen van een bril onder zo gunstig mogelijke condities. Doel is de weerstand die de bril eventueel oproept te helpen overwinnen.

Brilgewenning kan nodig zijn bij allerlei mensen, waaronder met name snel (over of) geprikkelde kinderen, mensen met een vorm van autisme en verstandelijk gehandicapten,

  • Die nooit eerder een bril hebben gehad en afwijzend staan tegenover alles wat nieuw is.
  • Die geen voorwerpen op hun hoofd verdragen.
  • Moeite hebben met het verwerken van de informatiestroom die toeneemt door de bril.
  • Niet meteen het verschil tussen scherp en onscherp herkennen als een voor deel
  • De optische verbetering van de bril niet goed merken omdat één oog ook zonder bril goed ziet en dit met twee ogen door dat oog opgevangen wordt.
  • De optische verbetering van de bril niet goed merken vanwege andere visuele stoornissen.

Zes weken gewenningsperiode

Als de bril consequent gedragen wordt, zal de bril sneller accepteert worden en wordt er ervaren dat het zien comfortabeler is. Soms wordt de bril pas geaccepteerd na een gewenningsperiode, die wel vier tot zes weken kan duren. Lukt dit niet binnen een dergelijke periode, dan is het verstandig voor overleg contact op te nemen met de behandelend orthoptist. Hieronder volgen alvast wat tips.

Een positieve houding van jou en van de omgeving zal de brildrager zeker helpen de bril te accepteren. Beschouw de noodzaak van een bril niet als iets negatiefs. Een kind (met of zonder autisme) of persoon met een verstandelijke beperking voelt jouw houding haarfijn aan en zal je mening overnemen. Het is juist negatief als de bril, die hij/zij nodig heeft om goed en comfortabel te zien, niet aangeschaft of gedragen wordt. Het is mogelijk dat je niet direct merkt dat jouw kind en/of de persoon met een verstandelijke beperking er baat bij heeft. Ook dan is het belangrijk dat je consequent blijft.

Wanneer het wennen aan de bril niet lukt bestaat er een brilgewenningsprocedure. Deze berust grofweg op drie pijlers, namelijk:

  • Geleidelijkheid
  • bewustwording
  • positieve inkadering


Voordat we deze punten afzonderlijk uitwerken nog een tip die van pas kan komen bij de aanschaf van een bril. Het is verstandig bij de aanschaf een montuur voor verstandelijk gehandicapten en voor jonge kinderen te zorgen voor kunststof glazen (de meeste opticiens doen dit al), een buigzaam montuur met niet klemmende veren, zachte neuspads en zachte oorbeugels.

Verder moet de drager of zijn verzorgers in straat zijn de glazen geregeld schoon te maken, anders heeft een bril weinig zin.

  • Geleidelijkheid

Het element van geleidelijkheid brengt met zich mee dat het wennen aan een bril geheel zonder tijdsdruk moet gebeuren.

Bij het geleidelijk invoeren van een bril kijken we naar het aantal keren per dag dat de bril gedragen wordt en het aantal minuten per keer. Beide, frequentie en draagtijd, dienen geleidelijk toe te nemen, zo geleidelijk dat de afzonderlijke stappen geen afweerreacties oproepen. Onder gunstige omstandigheden gaat het uiteraard vlugger.

Als de betrokkene de bril zelf op wil houden, mag dat natuurlijk, tenzij er een goede reden is om dit niet te doen, zoals bijvoorbeeld bij mensen die overprikkeld raken door de extra informatie die ze te verwerken krijgen.

Als er toch afweerreacties ontstaan, dan dient men terug te gaan naar de dichtstbij gelegen voorafgaande stap, en zo verder totdat het niveau van acceptatie weer wordt bereikt.

Het kan zijn dat men op een bepaald punt blijft steken, waardoor bijvoorbeeld lange tijd alleen tijdens het eerste half uur van de dagactiviteiten de bril gedragen wordt. In zo’n geval passen we de redenering toe, dat iemand beter levenslang een half uur per dag optimaal kan zien, dan helemaal nooit.

  • Bewustwording

Met bewustwording wordt hier bedoelt, dat de brildrager weet wat het nut van een bril is. Mensen met een goed begrip van taal kan men hierover mondeling uitleg en informatie geven. Voor veel verstandelijk gehandicapten is dit niet weggelegd, omdat ze geen of onvoldoende taal kunnen verwerken. Mensen met een vertraagde taalontwikkeling kunnen op hun kinderlijk taalniveau worden aangesproken. Het kan raadzaam zijn om tijdig geschikte woorden aan te reiken in het proces om de bril te gaan dragen (bijvoorbeeld de bril te dragen gekoppeld aan woorden: koffiedrinken, eten, televisiekijken enzovoorts).

Mensen die geen taalbegrip hebben, moeten het effect van een bril merken door ervaring. Dit houdt in dat zij het verschil tussen scherp en onscherp moeten leren onderscheiden door afwisselend met en zonder bril naar dingen te kijken. Het meeste effect is te verwachten als men aantrekkelijke voorwerpen binnen en buiten de afstand van scherpzien brengt en vervolgens laat zien hoe de bril het voorwerp weer scherp maakt.

Voor bijzienden (mensen met negatieve glazen) houdt dit in dat voorwerpen van dichtbij naar veraf worden verplaatst, waarna de bril wordt aangeboden. De bril heeft dan het meeste effect met bijvoorbeeld TV kijken.

Voor bijzienden (mensen met positieve glazen) is het verschil tussen kijken met de bril en zonder de bril vaak veel kleiner. Vaak zien zij de voorwerpen zonder bril niet zozeer onscherp, maar kost het veel moeite om scherp te stellen. Met bril zijn de ogen meer ontspannen en gaat het kijken dus makkelijker.

Voor het kijken naar voorwerpen die zich dicht bij de ogen bevinden (op “lees afstand”, zoals bijvoorbeeld letters in een boek maar ook tekeningen, foto’s en knutselwerkjes) moeten de ogen scherpstellen op dat voorwerp (dat noemen we accommoderen). Bij jonge mensen gaat dit accommoderen makkelijk doordat zij beschikken over sterkt (accommodatie) spieren en een soepele ooglens. Naarmate iemand ouder wordt, wordt de ooglens stugger en wordt het moeilijke om te accommoderen. Om dit te compenseren wordt de mate van accommodatie die het oog zelf niet meer op kan brengen voorgeschreven in een “leesbril”. Deze bril is noodzakelijk voor alle activiteiten die plaatsvinden op kort afstand van de ogen. Het is dus niet zozeer een “leesbril” als meer een “dichtbij bril” (met positieve glazen).

Is de positieve sterkte meer dan alleen nodig is voor een leesbril, zal deze bril de hele dag gedragen moeten worden. Ook hierbij is het mogelijk om geleidelijk te wennen aan de bril.

Astigmatisme (een cilinder in de bril) zorgt voor vertekening van het beeld. Sommige mensen klagen met de (nieuwe) bril over kromme of scheve tafels, deuren en/of vloeren, anderen worden in het begin onzeker bij afstapjes, drempels of trapjes. Het wennen aan een bril met een cilinder kost met name bij ouderen wat meer tijd. Gun dit de brildrager dan ook.

De informatiewaarde van prikkels die via de ogen binnenkomen speelt een grote rol. Wanneer het wennen van de bril met name bij het kind of verstandelijk beperkte patiënt een probleem is, is het heel belangrijk na te gaan wat de toekomstige brildrager interessant vindt. Vaak zijn dat de bekende dingen uit zijn leven: foto’s of filmopnames (van familieleden, feestelijke gebeurtenissen, vakanties enzovoorts), (teken)filmpjes kijken of een duidelijke voorkeur voor tekenen, handwerken en dergelijke.

Met behulp van deze interesses kan men oefensessies bedenken. Wanneer het kind of de verstandelijk beperkte dit aankan, gaat het wennen aan het dragen van de bril in verschillende situaties makkelijker en hoeft de gewenningsperiode waarschijnlijk niet lang te duren.

Mensen met een algemene weerstand tegen veranderingen zullen vooral baat hebben bij geleidelijk “inslijpen” onder steeds weer dezelfde routine. Door alles zoveel mogelijk hetzelfde te houden, maar intussen de tijd geleidelijk te rekken, kan men proberen het dragen van de bril geleidelijk uit te breiden.

Als het kan, leer dan de betrokkene zelf zijn bril op- en af te zetten, met twee handen, eerst door samen te doen, later door geleidelijk minder hulp te geven. Dit zelf doen werkt bewustwording en acceptatie in de hand.

Samengevat kunnen we stellen dat we verstandelijk beperkte mensen en kinderen kunnen helpen zich bewust te worden van het effect van een bril door:

  • (voor zover haalbaar) verbale ondersteuning, aangepast aan het taalverwerkingsniveau
  • Indien mogelijk het verschil tussen scherp en onscherp laten zien
  • Gebruik te maken van materiaal dat de betrokkene interessant vindt
  • Indien mogelijk, oefenen in verschillende situaties met verschillend materiaal
  • Indien nodig, oefenen onder zoveel mogelijk gelijke condities en deze langzaam uitbreiden
  • De betrokkene te leren zelf de bril op en af te zetten met twee handen

  

  • Positief inkaderen

Nieuwe gebeurtenissen zijn acceptabeler, naarmate ze positiever worden ingeschat. Dit principe is natuurlijk ook van toepassing bij de introductie van een bril. Meestal kunnen de ouders of vast begeleiders wel aangeven welke factoren het beste werken. Men kan denken aan een favoriet familielid, een geregeld spel-of muziekuurtje, bezoek aan een vriendje, enzovoorts.

Voorwaarde is dat het kind of de verstandelijk beperkte in de gaten gehouden kan worden tijdens het oefenen met de bril. Mensen die weerstand hebben tegen het contact met anderen, dienen uiteraard met de nodige afstand en voorzichtigheid benaderd te worden. Voor deze mensen moet met binnen de situatie de aantrekkelijke prikkels aanbrengen en zich beperken tot in de gaten houden en beschikbaar volgen.

Een ander middel dat tot positief inkaderen leidt, is de aanschaf van iets eigens, zoals bijvoorbeeld een mooi (teken- of lees) boek, spelletje op de computer. Ook dit is weer afhankelijk van het relatiepatroon, te combineren met persoonlijke aandacht of alleen in de gaten houden op de achtergrond.

 

Beperkingen van brilgewenning

Het is mogelijk dat tijdens het oefenen gaandeweg duidelijk wordt dat het dragen van de bril lange tijd alleen mogelijk is tijdens de uren dat men toezicht kan houden. Het kan daarom aan te bevelen zijn om van meet af aan situaties te kiezen waarin dit toezicht al om ander redenen geboden wordt, zoals tijdens het eten, op school, in een bezigheidsgroep. Mocht het wennen aan de bril niet verder uitbreiden naar andere situatie, dan zou in de gevallen toch bereikt kunnen worden dat de betrokkene dagelijks korte perioden kan profiteren van de meerwaarde van de bril.

Een andere beperking van brilgewenning heeft te maken met het feit dat soms de bril het zien wel verbetert zonder de slechtziendheid op te heffen. De bril wordt dan gegeven om toch zoveel mogelijk gelegenheid te bieden voor het opmerken van voorwerpen en het zich oriënteren in de ruimte. Vooral bij deze mensen dringt soms moeilijk tot het bewustzijn door dat ze iets aan hun bril hebben.

Gedragsproblemen kunnen ertoe leiden dat een bril onhaalbaar is, maar het omgekeerde is ook mogelijk! Niet zelden veroorzaakt het niet dragen van een bril zoveel onzekerheid, dat gedragsproblemen het gevolg zijn en niet de oorzaak. Dit gegeven dient goed overwogen te worden alvorens men besluit om vanwege gedragsproblematiek niet aan brilgewenning te beginnen.

Samenvatting

Met behulp van geleidelijkheid, bewustmaking en positief inkaderen kunnen veel mensen een bril leren dragen, sommigen de hele dag, anderen een gedeelte ervan. De haalbaarheid van brilgewenning wordt beperkt door niet direct waarneembare effecten bij het dragen van de bril en bij gedragsproblematiek. Wat dit laatste betreft onderstrepen we nogmaals dat het niet dragen van een bril gedragsproblemen kan veroorzaken.

 

Tot slot

Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met onze praktijk.
Bos Orthoptie is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 16.30 uur,
zie hier al onze contact mogelijkheden Bos orthoptie
Wij stellen uw mening op prijs. Hebt u opmerkingen of suggesties over deze folder of over uw behandeling, laat dit ons dan weten.

Bronvermelding

Nederlandse Vereniging van Orthoptisten: Orthoptie.nl
Bartiméus